IAI-DO

 

Iaido, de kunst van het zwaardtrekken, is ontwikkeld door Hayashizaki Jinsuke Minamoto no Shigenobu (1549-1621) uit Tateoka Yamagata (Japan). Nadat zijn vader werd vermoord zwoer hij wraak op de moordenaars. Om zich vervolgens op te sluiten in de Shinmei Shinto tempel om te mediteren en een manier te vinden om de moordenaars van zijn vader te overwinnen. Na honderd dagen werd hem het inzicht van het Iai-jutsu geschonken, hij leerde om tegelijkertijd het zwaard te trekken en te snijden. Hij heeft daarna tien jaar van zijn leven gewijd aan het zoeken van de moordenaars. In die tien jaar en de daarop volgende jaren heeft hij zijn eigen stijl ontwikkeld. Een stijl die voor elke denkbare situatie een pasklare manier van handelen heeft. Vastgelegd in z.g. Kata (stijlvorm) er zijn in deze ryu ongeveer 70 kata’s. Deze stijl noemde hij de Hayashizaki Ryu. Aangezien er ongeveer 50 jaar later een grote verandering in zwaard design ontstond,(de Tachi werden n.l. vervangen door de kortere Katana ,het Japanse zwaard zoals wij dat nu kennen) was het noodzakelijk om de Kata van de Hayashizaki Ryu aan te passen. Dit werd gedaan door Hasagawa Eishin de 7e generatie opvolger. Aangezien hij erg veel aanpassingen maakte, heeft hij voor het gemak de stijl zijn eigen naam gegeven Hasagawa Ryu of Eishin Ryu. Nadat Toyotomi Hideyoshi ( een groot krijgsheer) over Hasagawa’s kunde met het zwaard hoorde, nodigde hij hem direct uit voor een demonstratie. Hideyoshi was zo onder de indruk van zijn meesterschap dat hij de Hasagawa Ryu de titel “Muso-ken” ( zwaard zonder gelijke) gaf.

 

 

 Eishins stijl staat nog steeds bekend als ongeëvenaard en is ononderbroken tot de dag van vandaag door gegeven. De stijl heet nu Muso Jikiden Eishin Ryu Iai-jutsu en is gedifferentieerd in twee grote stijlen; de Eishin Ryu en de Muso Shinden Ryu. Het mag duidelijk zijn dat er nog vele andere namen bestaan waarin echter dezelfde kata’s beoefend worden. Jammer genoeg zijn er door deze opsplitsing altijd leraren die hun stijl promoten door de andere stijl af te kraken. Dit is onsportief en naar mijn mening hebben deze mensen niet begrepen waar het in de Budo om gaat. Dit doen niet alleen westerse leraren, maar ik heb hier ook Japanse leraren op betrapt. Vaak zijn dit ook leraren die van hun leerlingen volgelingen willen maken. Mijn bescheiden mening in deze is; een goede leraar maakt meesters! geen volgelingen. Of het nou Budo, Yoga, Tai-chi, enz betreft, dit was voor mij een gouden regel in het uitzoeken van een leraar.

 

IAI-DO IN DE PRAKTIJK

 

Iaido is door zijn simpelheid erg moeilijk, als men een meester een zwaardslag ziet maken dan beroerd hij je ziel, al sta je er meters vanaf. Men ziet een leven lang toewijding en training in die slag. En dat is ook nodig, zonder toewijding word je zwaardslag nooit goed. Ik durf zelfs te zeggen dat een zwaardslag een dynamisch proces is, er zal altijd ontwikkeling en vooruitgang zijn. Budo is namelijk een kunstwerk dat nooit af komt.

 

 

Christiaan Heyting 1e dan 

 

Toch vreemd, want Iaido bestaat maar uit 5 onderdelen; Nukitsuke (het trekken van het zwaard), Furikaburi ( het heffen van het zwaard), Kirioroshi (het snijdend slaan), Chiburi (het afslaan van bloed en vleesresten), en Noto (het opbergen van het zwaard). Hier omheen is Iaido vervuld met veel  shinto ceremonieel . Over het belang hiervan zijn de meningen verdeeld. Ik als traditionalist vind het van belang, omdat het mij leert iets “nutteloos” (in deze tijd) vol overgave te doen. Verder ben ik van mening dat, wanneer men de gevechtswaarde opzij zet, je Iaido rustig in het rijtje; Zen, theeceremonie, bloemschikken, Kalligrafie mag zetten. Al deze kunsten hebben als overeenkomst dat elke beweging vanuit je centrum (Hara) dient te komen. En laten we wel wezen, Budo is pas Budo als men in Hara is verzonken. Dit klinkt erg esoterisch maar dat valt reuze mee, het is onze natuurlijke staat, kinderen zijn b.v. in hara verzonken (ze hebben nog niets aan hun hoofd).

 

 

BOEDDHISME IN IAI-DO

 

Aangezien Iaido uit een religieus land komt ontkom je niet aan een bepaald ceremonieel vertoon. Ook Kata’s worden op een ceremoniële bijna plechtige wijze uitgevoerd. Zo kan men makkelijker concentratie in het centrum handhaven, maar men kan ook de kata bestuderen. Het bestuderen van een kata onthult namelijk de strategie van deze school, ook het bestuderen van de naam van een Kata onthult vaak een strategie, een innerlijke toestand of een bepaald ritme.

Over de innerlijke toestand wil ik wat uitbreiden, natuurlijk is het zo, dat er in een gevecht allerlei emoties door je heen gaan, angst, overmoed, fatalisme enz. De kunst in deze is, om je niet door je emoties te laten leiden en je centrum te handhaven. Ook in oorlogstijd was dit erg belangrijk.

 

Oorlog in Japan in die tijd was vooral bloederig, maar het was ook veel wachten en paraat blijven. Nu is het heel moeilijk om na dagen van wachten met weinig eten en drinken jezelf weer op te laden voor een gevecht. Nu bestond er in die tijd, in verschillende scholen een techniek, om bepaalde zaken te beïnvloeden, de Samoerai gebruikten die techniek om heel snel klaar te zijn voor de strijd. Deze techniek ziet men vaak in het Nin-jutsu, maar ook in de Katori Shinto Ryu (De oudste, nog bestaande zwaardschool van Japan) en in de Yugenbudo shinkokai. Deze techniek bestaat uit een aantal handelingen die de Kuji-no-in heten. De Kuji-no-in komt oorspronkelijk uit India en is door de monnik Kobo Daishi naar Japan gebracht, deze monnik ontwikkeld later het Mikkyo boeddhisme een vorm van boeddhisme die gebruik maakt van magie. Welke heden ten dage erg geheim word gehouden en enkel aan de meest gevorderde studenten van de Yugen-Ryu en de Katori Shinto ryu word doorgegeven.